De vermoorde apotheker.

Verhalen met overledenen.

De vermoorde apotheker.

De apotheker.


Plots stond hij daar voor ons. Een slanke man met kleren die duidelijk niet van onze tijd zijn.

“Wie ben jij? “ vroeg ik hem. “Wat kan ik voor je doen?”

-“Ik ben hier voor Marco.” antwoordde hij vriendelijk. “Om mijn excuses aan te bieden toen ik hem de medicijnen voor zijn kinderen weigerde te geven.”


Het moet zich in een periode rond de middeleeuwen hebben afgespeeld. Marco trok met een soort houten kar van dorp naar dorp, van stad naar stad. Daar toonde hij de mensen wat kleine goocheltrucjes, vertelde hen een mooi verhaal, en maakte met de kleine kinderen een beetje muziek om zo wat inkomsten of voedsel te verkrijgen.

Zijn vrouw was na de geboorte van hun kindje gestorven.

Veel kans op een baan had hij niet, en daarom besloot hij wat van de wereld te gaan zien met zijn kleine dochtertje.

Maar tijdens zijn 'wereldse reis' stootte hij op aan hun lot over gelaten kleine kinderen.

Kinderen die waren uitgekotst door de harde maatschappij, of wees waren. Het maakte hem niet uit. Voor hem waren ze allemaal heilig en behandelde hen allen gelijk.

Hij vertelde hen wie hij was en beloofde hen zo goed als ik kon te verzorgen in ruil voor af en toe een optreden. Zo was ie ineens 'vader' van niet een maar zes kinderen.

Natuurlijk was het een strijd van overleven, maar voor hen was dat nog altijd beter dan in de goot te moeten bedelen, of te worden misbruikt door vieze dronken mannen. Iedere dag verdeelden we het eten netjes onder elkaar.

Hij hield van hen, en zij zagen hem nu als hun vader. Dat deed hem goed. Zijn vrouw zou zeer trots op hem geweest zijn.


Na een paar jaar te hebben rondgetrokken werden ze binnen een paar dagen ernstig ziek. Ze moesten overgeven, waren misselijk en hadden hoge koorts met buikpijn.

Waar de ziekteverschijnselen vandaan waren gekomen wistten ze niet. Eerlijk gezegd hield hij zich daar niet zo mee bezig. Het enige dat belangrijk was, was dat ze snel beter zou worden.

In de stad aangekomen haastte Marco zich naar de apotheker.


Voor de toonbank stond hij met mijn zes doodzieke kindjes, die stonden te trillen op hun benen.

“Ze zijn ziek. Help hen alsjeblieft.”

Uit mijn zak haalde ik zijn 'hele vermogen', en legde het neer op de toonbank. “Meer heb ik niet.” zei hij.

-”Dat is niet genoeg!” antwoordde de apotheker met verheven stem. “Ik heb niets met je kinderen te maken. Eruit!”

Vol ongeloof keek ie de man aan. Toen hij me omdraaide en de intens verdrietige gezichtjes zag, zei hij dat ze naar de kar naar buiten moesten, en daar moesten wachten. Ondertussen veegde hij met zijn handen de muntjes bij elkaar, en stak ze in zijn zak.

Hij wilde nog een laatste keer vragen of hij de kinderen wilde helpen, maar kreeg daar geen kans toe. Kennelijk voelde de apotheker al aan dat hij die vraag zou stellen.

“Kom maar terug als je genoeg geld hebt.” zei de apotheker op een sarcastische toon.

Op dat moment knapte er iets in hem. Zonder echt na te denken trok Marco zijn mes dat hij altijd onder zijn jas droeg, en stak de apotheker in zijn borst. Slechts een zacht gereutel was het enige dat de man nog kon uitbrengen alvorens hij achter de toonbank dood neerviel.

Zo snel als Marco kon, greep hij naar de medicijnen die achter de toonbank lagen waarvan hij niet eens wist welke uitwerking ze zouden hebben.

Heel rustig verlieten ze stad. Immers, niemand zou een man met kleine kinderen om zich heen als moordenaar zien.

Een paar uur laten bij een beekje namen ze 'hun medicijnen' in.

Of de kinderen zich een paar dagen later herstelden door de wonderlijke pillen hebben ze nooit kunnen achterhalen.


Dit was eigenlijk wel een zeer bizar gesprek te noemen. Een man die je bedankt dat je hem vermoordde, zodat hij later na zijn dood kon inzien hoe verkeerd hij als levend mens handelde.


Zijn oprechte spijt en excuus aanvaardde we natuurlijk.