De vermoorde apotheker.

Verhalen met overledenen.

De vermoorde apotheker.

De apotheker.

 

Plots stond hij daar voor ons. Een slanke man met kleren die duidelijk niet van onze tijd zijn.

“Wie ben jij? “ vroeg Irma hem. “Wat kan ik voor je doen?”

-“Ik ben hier voor Marco.” antwoordde hij vriendelijk. “Om mijn excuses aan te bieden toen ik hem de medicijnen voor zijn kinderen weigerde te geven.”

 

Het moet zich in een periode rond de middeleeuwen hebben afgespeeld. Ik trok met een soort houten kar van dorp naar dorp, van stad naar stad. Daar toonde ik de mensen wat kleine goocheltrucjes, vertelde hen een mooi verhaal, en maakte met de kleine kinderen een beetje muziek om zo wat inkomsten of voedsel te verkrijgen.

Mijn vrouw was na de geboorte van ons kindje gestorven.

Veel kans op een baan had ik niet, en daarom besloot ik wat van de wereld te gaan zien met ons kleine dochtertje.

Maar tijdens mijn 'wereldse reis' stootte ik op aan hun lot over gelaten kleine kinderen.

Kinderen die waren uitgekotst door de harde maatschappij, of wees waren. Het maakte mij niet uit. Voor mij waren ze allemaal heilig en behandelde hen allen gelijk.

Ik vertelde hen wie ik was en beloofde hen zo goed als ik kon te verzorgen in ruil voor af en toe een optreden. Zo was ik ineens 'vader' van niet een maar zes kinderen.

Natuurlijk was het een strijd van overleven, maar voor hen was dat nog altijd beter dan in de goot te moeten bedelen, of te worden misbruikt door vieze dronken mannen. Iedere dag verdeelden we het eten netjes onder elkaar.

Ik hield van hen, en zij zagen mij nu als hun vader. Dat deed mij goed. Mijn vrouw zou zeer trots op mij geweest zijn.

 

Na een paar jaar te hebben rondgetrokken werden ze binnen een paar dagen ernstig ziek. Misselijk, overgeven, hoge koorts, en buikpijn.

Waar de ziekteverschijnselen vandaan waren gekomen wist ik niet. Eerlijk gezegd hield ik mij daar niet zo mee bezig. Het enige dat belangrijk was, was dat ze snel beter zou worden.

In de stad aangekomen haastte ik me naar de apotheker.

Natuurlijk was de kennis in die tijd naar hedendaagse maatstaven absurd te noemen, maar het was het enige dat we hadden.

Voor de toonbank stond ik met mijn zes doodzieke kindjes, die stonden te trillen op hun benen.

“Ze zijn ziek. Help hen alsjeblieft.”

Uit mijn zak haalde ik mijn 'hele vermogen', en legde het neer op de toonbank. “Meer heb ik niet.” zei ik.

-”Dat is niet genoeg!” antwoordde de apotheker met verheven stem. “Ik heb niets met je kinderen te maken. Eruit!”

Vol ongeloof keek ik de man aan. Toen ik me omdraaide en de intens verdrietige gezichtjes zag, zei ik dat ze naar de kar naar buiten moesten, en daar moesten wachten. Ondertussen veegde ik met mijn handen de muntjes bij elkaar, en stak ze in mijn zak.

Ik wilde nog een laatste keer vragen of hij de kinderen wilde helpen, maar daar kreeg ik geen kans toe. Kennelijk voelde hij al aan dat ik die vraag zou stellen.

“Kom maar terug als je genoeg geld hebt.” zei de apotheker op een sarcastische toon.

Op dat moment knapte er iets in mij. Zonder echt na te denken trok ik mijn mes dat ik altijd onder mijn jas droeg, en stak hem in zijn borst. Slechts een zacht gereutel was het enige dat de apotheker nog kon uitbrengen alvorens hij achter de toonbank dood neerviel.

Zo snel als ik kon, greep ik naar de medicijnen die op de toonbank lagen waarvan ik niet eens wist welke uitwerking ze zouden hebben.

Heel rustig verlieten we stad. Immers, niemand zou een man met kleine kinderen om zich heen als moordenaar zien.

Een paar uur laten bij een beekje namen ze 'hun medicijnen' in.

Of de kinderen zich een paar dagen later herstelden door de wonderlijke pillen hebben we nooit kunnen achterhalen.

 

Dit was eigenlijk wel een zeer bizar gesprek te noemen. Een man die je bedankt dat je hem vermoordde, zodat hij later na zijn dood kon inzien hoe verkeerd hij als levend mens handelde.

 

Zijn oprechte spijt en excuus aanvaardde ik natuurlijk.