Enkele verhalen met overledenen

Verhalen met overledenen.

 

Wilt u meer gesprekken met overledenen lezen? Klik dan op de namen eronder. Van tijd tot tijd zal ik een nieuwe plaatsen. Liefs Irma.

 

Helga de kampbewaakster.

De vermoorde apotheker.

Josefien

Andrei en Maroesja

Yoyoshi, de eerste kamikaze plioot van de tweede wereldoorlog

 

____________________________________________________________________________________________

 

John Harrison.

 

“Zin om vanavond even een wandelingetje te maken? “ vroeg ik aan Irma.

“Ja lekker hoor”. Was `t antwoord. En aldus liepen we vrolijk in het donker door de Mookse straten, en langs het kanaal om even een aardse frisse neus te halen.

Op een gegeven moment wilde Irma even over de geallieerde begraafplaats lopen. “Gevoelsmatig moet ik daar naar toe”.

Daar, volledig in het donker zag Irma ineens een man staan bij een boom die daar geplaatst is in de hoek van het kerkhof.

Hij stelde zich voor als ene John. Zijn achternaam kon hij niet meteen geven maar wel een hint die daar na toe leidde.

“Het is de achternaam van de 4de Beatle” Zei hij vrij onrustig. Toen wij de naam `Harrison` zeiden, gaf hij door dat dat zijn achternaam was.

“Ik ben alleen gestorven … door bloedverlies …mijn benen…gewond……de anderen zijn er niet …ik lig aan de rechterkant van het kerkhof…op de eerste rij...de zesde steen is het !..”

Wij gingen kijken. De steen vermelde dat er een onbekende soldaat lag van de R.A.F. (Royal Air Force---Engelse luchtmacht in de 2de wereld oorlog---).

“Ja dààr lig ik !!!” was zijn reactie. “En niemand die het weet…ik ben 21 jaar…en niemand die `t weet dat ik daar lig…”

Tja, wat moet je daar dan mee vraag je je af ? We besloten om dezelfde week nog naar het Oorlogsmuseum in Groesbeek (dat specifiek over operatie Market Garden gaat) te gaan om daar proberen te achterhalen of er daadwerkelijk ene John Harrison überhaupt meegedaan heeft, en zoja, om zijn naam bekend te maken.

Eerst namen we wat tijd om het museum te bekijken, waarbij ineens veel emoties los kwamen.

Niet alleen John was met ons meegegaan. “We worden ook vergezeld door andere soldaten.”zei Irma.

“Ja”zei ik.” 4 geallieerden en 8 Duitse soldaten”.

“Kan je ze dan zien?”vroeg ze. “Nee” zei ik. “Maar ene Duitser heet `Bernd` “wist ik later op de avond te vertellen. “En die jonge jongen heet Jürgen”.

“Klopt ja”zei Irma. “Het is de oudste van het stel. De jongste is slechts 14 jaar…”.En ondertussen daalde de temperatuur zoals gebruikelijk weer om ons heen.

 

Het is een klein museum, maar wel eentje die de moeite waard is wanneer je je wat meer wil verdiepen over de strijd die hier in de omgeving heeft plaatsgevonden.

In èèn hoek van het museum werd een video getoond. Het was een Duitse verslaggeving over de strijd, maar vooral over de verwoestingen die de Duitse steden betrof. De Duitse soldaten lieten weten vreselijk bang te zijn geweest. Enorme angst speelde toen bij hen. Meer dan bij de Geallieerden. Ze wisten dat ze zouden sterven. Gedood zouden worden voor een hopeloze zaak. “Allemaal voor een grote idioot” zeiden ze.

 

Er staat ook een bolvormig gebouwtje naast het museum, waarin veel aandacht is besteed aan de namen van de gevallen, en vermisten.

Mooie zuilen, overal emblemen, en klappers waarin je werkelijk iedereen bijna kan terug vinden die meegedaan heeft.

Het embleem op de steen van John hadden we onthouden wat het zoeken zou vergemakkelijken. Na een eerste klapper te hebben doorgenomen van duizenden namen,besloten we ondanks half bevroren voeten toch de 2de door te worstelen.

Soms kwamen we een `Harrison`tegen, maar dan klopten de voorletters weer niet. Doorgaan dus maar. Irma zei toen; “Hij staat ergens achterin de klapper”. En ja hoor, eindelijk wees Irma de naam aan.

J.A.Harrison….John (Andrew?). Vermist op de 11de november van 1944, en nooit terug gevonden.

John liet weten erg blij te zijn met het feit dat hij hier nu in deze lijsten teruggevonden was.

Vol goede moed gingen we met deze pagina naar de balie, om vervolgens door te geven dat de onbekende soldaat op de zesde steen John is.

“Ow, da`s mooi.”zei de vrouw. “En hoe weet U dat?”

“Hij heeft het ons zelf verteld.” was ons antwoord.

Toen werd er een man bijgehaald die volgens de vrouw aan de balie `alles` wist over de namen, het hoe, en waar het plaatsvond.

Het bleek een akelig zelfverzekerd persoontje te zijn, die al meteen zijn 'superieure ratio' liet gelden. Althans dat dacht hij te kunnen met een boek vol gegevens van uit die tijd verzamelde feiten. Feiten die niet 100% waterdicht waren aangezien veel gegevens verloren gingen of niet meer waren te achterhalen na verloop van tijd.

“De persoon waar jullie het over hebben is een piloot van de RAF en is met zijn toestel ergens in de Noordzee neergestort volgens deze gegevens. Dus probeer maar te bewijzen dat het deze persoon is waar jullie het over hebben. Ik geef jullie weinig kans”.

Duidelijk werd in de loop van het gesprek dat we tegen een muur van weerstand aan liepen.

Teleurgesteld dat we zijn naam nu niet meer in de steen konden krijgen namen we een appelgebakje en warme drank vanwege de koude in het restaurantje.

“Het is al goed”zei John. “Laat maar”. Hij was al lang blij dat zijn naam hier was teruggevonden, en dat ze hem niet helemaal vergeten waren. Ook was hij allang blij dat mensen voor hem moeite hebben gedaan.

John had al eerder doorgegeven dat hij ergens was neergestort in een brandend vliegtuig, maar niet wist waar, en gewond aan beide benen daardoor doodbloedde.

Aan de tafel daar zei ik tegen John dat ik een kaartje voor hem zou gaan maken om dat bij zijn steen neer te leggen, met een kaarsje daarbij.

John uitte zijn dank door te zeggen dat ondanks op zijn steen “unknown” zou blijven staan, hij het zeer waardeerde, dat zijn naam nu wel bij de steen kwam te liggen, en dat als een soort begrafenis zag. Hierdoor kon hij de rust krijgen waarna hij zocht.

Alle soldaten die ondertussen ons vergezelden ( Geallieerden en Duisters) zouden wachten tot die tijd, om het gezamenlijk mee te maken. Ook zij zagen dit als een soort broederlijk afscheid.

's Avonds aangekomen bij de poort van het kerkhof in Mook waren ze er allemaal al. Van hen uit ging een respectvolle rust. Na het plaatsen van een kaartje waarop staat; J.A. Harrison. RAF age 21, en een kaarsje met daarbij een wierrook staafje, ging John achter zijn steen staan. De andere soldaten stonden rond hem.

“Thanks.” zei hij meermaals.

Na het nemen van een paar foto`s zei Irma dat ze nu wel naar `t Licht mochten gaan.

Maar dat wilden ze niet. Pas wanneer wij het kerkhof hadden verlaten wilden ze gaan.

Ze zeiden dat ze elkaar niet meer als vijanden zagen nu, maar als broeders.

“Zinloos”werd de strijd, “die we tegen elkaar voerden”genoemd.

Daarop namen ze elkaar allen bij de hand zodat er èèn grote kring gevormd werd, om te laten zien dat ze nu een eenheid waren.

Halverwege op het kerkhof bij een groot stenen kruis stonden ze daar, en keken hoe wij het terrein verlieten. Daar zwaaiden ze ons uit.

Vervolgens gingen ze gezamenlijk naar `t Licht.

-Op dat moment gaven ze door dat oorlog zinloos is, en het hen nu de rust gegeven heeft waarop ze zolang naar op zoek waren.

"Na het aardse bestaan is alles èènheid. Als jullie dat op aarde allemaal zouden kunnen inzien, zou oorlog niet meer bestaan. Onze kern is allemaal hetzelfde”.-

----------Enkele maanden later--------- Nog regelmatig komen Irma en ik samen naar het kerkhof in Mook. Bij de steen van John staat nu een kaarsenhouder waar we af en toe een lichtje voor deze helden brandden.

We zijn daar nooit alleen. Steeds weer komen er nieuwe soldaten “tevoorschijn” , die ons hun verhaal willen vertellen.

Sommigen van hen hebben niet eens door dat ze dood zijn.

Gelukkig krijgen we vaak hulp van John. Hij is een geweldige helper. Ook Adam Patwick, een soldaat onder een steen waar zijn naam niet op staat, biedt soms een helpende hand.

De 14 jarige jonge Duitse soldaat Bernd komt ons helpen wanneer er Duitse soldaten het niet meteen willen geloven. Hij heeft het moeilijker om ze te overtuigen, omdat een volwassene veel minder snel iets aanneemt van een “14jarige”. Soms wordt hij zelfs voor verrader uitgemaakt.

Vorige week hebben we een lang en goed gesprek gehad met een Duitse Officier die Herbert Kahn heette.

Getrouwd, twee kinderen, muziekleraar, rustig en vriendelijk van karakter, en voorzien van een goed stel werkende hersens.

Hij had in de oorlog een Duitse herder, om daar de geallieerden mee op te sporen. Ik deelde mijn liefde voor dit ras meteen met hem. Honden hebben ook in mijn leven een speciale plaats gekregen.

Echt overtuigen konden we hem nog steeds niet dat de oorlog allang as afgelopen.

Zelfs met Bernd erbij gelukte het niet, maar toen we op het kerkhof stonden, kwam John ons gelukkig weer de helpende hand bieden. Samen met een Amerikaan die daar takken aan het plukken was om zich te camoufleren, nam hij ze mee naar het Licht.

Herbert beloofde terug te komen als alles wat wij hem zeiden waar was. Maar tot op heden heeft hij zich nog niet laten zien.

 

'Eervol in het licht gezet'.

4 mei 2015 was het dan eindelijk zo ver.

 

Heel de geallieerde begraafplaats in Mook werd letterlijk liefdevol in het licht gezet.

Op iedere grafsteen hebben we een theelichtje weten te plaatsen.

De theelichthoudertjes hebben we met medewerking van ijssalon Clevers in de Plasmolen bijeen verkregen.

Zij bewaarden de lege houdertjes voor ons, nadat we hen vertelden waarom we ze graag wilden hebben. Dank daarvoor!

Thuis moesten we die natuurlijk wel allemaal 'even' van het resterende kaarsvet en het ijzeren plaatje op de bodem ontdoen, zodat er een nieuw waxinelichtje in kon. Menig avond zijn we er zoet mee geweest.

 

We hebben besloten de kaarsjes nà de ceremoniële plechtigheden en de 2 minuten stilte te plaatsen.

Rond 20.45 uur gingen we aan de slag. Van tevoren hadden we de houdertjes al netjes in dozen opgestapeld, zodat we er makkelijk op elke steen eentje konden plaatsen.

Gelukkig hielpen Alexia (mijn zusje) en haar zoon Enzo uit Kranenburg (D) mee met aansteken.

Het duurde geen 45 minuten voor alles netjes brandde.

 

Irma schoot kort na de ceremonie een fotograaf aan, met de vraag of hij straks wat foto`s wilde maken als het wat donkerder was. Erik vond het een geweldig leuk initiatief en wilde graag zijn medewerking verlenen. Hij beloofde later de foto`s te mailen.

Terwijl we bezig waren raakten we in gesprek met wat meer mensen die daar nog liepen. Een man vond het een enorm mooi gebaar, en zei: “Dit moet de burgemeester weten. Ik ga hem bellen.”

De schemering viel in en hoe donkerder het werd, hoe mooier het resultaat werd. In de verte zagen we een groepje mensen aan komen lopen. Het was inderdaad de burgemeester, die zeer spontaan met ons een gesprek over ons initiatief begon.

En ach, laten we wel eerlijk wezen; Mook heeft toch maar even netjes de landelijke primeur gehaald. Mijn stille hoop is dat er nu ook meer mensen dit gebaar zullen gaan overnemen.

Aan de burgemeester zal het niet liggen. Hij plaatste op facebook een artikel met een paar foto`s over onze actie. Wellicht komt het ook nog in een plaatselijke krant.

Auto`s die voorbij reden minderden vaart. Ook zij zullen wel verbaasd gekeken hebben. Heel grappig om te zien.

Na een uur bliezen we de kaarsjes uit. Vervolgens moesten we nog een kwartiertje wachten om het kaarsvet te laten stollen. Daarna ruimden we in het donker alles op. (excuses als we iets over het hoofd hebben gezien).

 

We hebben hiermee onze belofte aan John Harrison en alle andere soldaten op het kerkhof ingelost om alle grafstenen van een lichtje te voorzien.

 

Op facebook hebben we een groep aangemaakt die 'eervol in het licht gezet' heet.

Het is onze bedoeling om op den duur alle geallieerde begraafplaafplaatsen in het licht te krijgen. U kunt daar gratis lid worden, en zelf foto`s plaatsen van uw eigen actie.

 

Liefs, Irma en Marco

Irma Motké

Medium, paragnost,

magnetiseur,

helderziende,

in, Geleen, Limburg